donderdag 30 december 2010

Slabberjannen…

Ha, het mag bijna weer! Morgenavond, op Oudejaarsavond, gaan we weer gezellig Slabberjannen!
Toch zonde dat het léukste spel wat er is, alleen maar op Oudejaarsavond gespeeld wordt. Tenminste, zo is de traditie hier op Walcheren, zo lang ik me kan herinneren. 


Vroeger, op Oudejaarsavond, kwamen we allemaal samen bij opa en oma; tantes en ooms, neven en nichtjes. Met z’n allen rond de tafel en dan kwam oma met de zak met speelstukken aanzetten. Natuurlijk met een grote schaal oliebollen (en een schoteltje poedersuiker om ze in te dopen) in het midden.

Eerst alom hilariteit wie ze als eerste uit mocht delen. Was dat nou de jongste of de oudste? Dan de steelse blikken naar elkaar: hoe kijkt iedereen als hij zijn speelstuk ofwel ‘piefje’ (zo noemden wij dat) krijgt… Blij? Nou, dan was het vast een goede; als het afkeurend was, dan wist je zeker dat hij een slecht speelstuk had! De uitdagingen over en weer als iemand zijn stuk wilde ruilen met de buurman of –vrouw: ‘zou je dat nou wel doen?’ ‘Weet je het zeker?’ Of: ‘ja, kom maar hoor met dat ding, graag zelfs’. Zo werd steeds geprobeerd om je op het verkeerde been te zetten.


Want het doel van het spel was om zo lang mogelijk de vier centen te behouden, die iedereen bij aanvang van het spel gekregen had. Na elke ronde was er één iemand, die het speelstuk met de laagste waarde had, en die moest een cent in de pot doen. Was je al je centen kwijt, dan viel je af, en dit ging net zo lang door tot er nog twee spelers over waren, die kampten om de pot!


Mijn opa had het spel ooit zelf gemaakt van een bezemsteel. Hij had de houten steel eerst in stukjes gezaagd van zo’n 3 a 4 cm, ze vervolgens op een draaibank gedraaid in het goede model en daarna beschilderd. De speelstukken zijn na verloop van jaren door het gebruik zo afgesleten, dat ze er helemaal dun van zijn geworden. 


de speelstukken van mijn opa

Het leuke van het spel is, dat iedereen het kan. Jong of oud, maakt niet uit. De spelregels zijn zo simpel dat je het snel onder de knie hebt. Het hele spel draait om het ruilen van speelstukken. De stukken hebben verschillende waarden, van nul tot twaalf en daarnaast ook een aantal afbeeldingen met een hoge of lage waarde. Na het krijgen van je speelstuk schat je in, of je met deze gekregen waarde de laagste zou kunnen zijn en moet betalen, of niet. Heb je een goed stuk, dan hou je het, heb je denkelijk een slecht stuk, dan ruil je het met je buurman of -vrouw. Die overigens verplicht is om dit te doen. Behalve dat je het risico loopt om een nog slechter stuk terug te krijgen kan het ook zo zijn dat de afbeelding van de buurman/vrouw een andere actie tot gevolg heeft, zoals bijvoorbeeld alles terugruilen (‘poesje-krabt-alles-terug’), of een extra centje betalen (‘slokje betalen en verder gaan’). Zo kan er altijd wat onverwachts gebeuren, afhankelijk van het speelstuk wat je krijgt na het ruilen.


sta-voor-de-vogel/slokje-betalen/poesje-krabt-alles-terug/kap-af
rit/wittebrood/smoel/pot

Als iedereen gehouden of geruild heeft en de hele kring is aan de beurt geweest, dan is het tijd om te kijken wie het laagste speelstuk heeft. ‘Blieken’ noemen we dat. Iedereen draait het speelstuk in zijn hand om, en dan wordt duidelijk hoe deze ronde verlopen is. Degene met het laagste nummer of afbeelding is de verliezer en moet betalen. Dan gaan alle stukken weer terug in de zak en mag de volgende de stukken verdelen, en begint er een nieuwe ronde.

Met mijn vader heb ik indertijd nog eens samen ons eigen Slabberjanspel beschilderd. Wij vonden de afbeeldingen van papier lang zo mooi niet als die op het spel van opa waren geschilderd, en besloten de plakkertjes dan ook te vervangen door eigen schilderwerk. Graag zou ik dat met mijn eigen spel ook nog eens doen!

Ik heb altijd begrepen dat Slabberjan een oud, Zeeuws spel is, wat voornamelijk gespeeld wordt op Oudejaarsavond. Maar blijkbaar is het niet alleen typisch Zeeuws: ook in Italië, Duitsland en Scandinavië is het spel, onder andere namen en met verschillende spelregels bekend.

In Noorwegen kent met het Slebber Jen spel, met regels die identiek zijn aan die van ‘ons’ Slabberjan. 

de stukken van Gnav

Gnav is een Deens spel, bekend vanaf de 18e eeuw, dit hier erg veel op lijkt. Het Italiaanse Cambiospel is ontstaan ca 1380, en ook dit spel vertoont grote overeenkomsten met Slabberjan. Cambio betekent in het Italiaans ‘ruilen’ of ‘wisselen’. Anderen namen voor dit spel zijn Matador of Cuccu. Het was in die tijd een geluksspel voor Italiaanse mannen, die er vaak huis en haard mee verspeelden. Het werd dan ook door de kerk als zondig beschouwd en verboden, maar ondanks dit verbod verspreidde het zich toch. Vanuit Italië kwam het Cambiospel in Duitsland terecht, hier kende men het als Vogelspiel, en in Beieren en Oostenrijk als Hexenspiel. Maar hier begint het spel toch wel erg af te wijken van het spel zoals wij dat kennen.

En dan doen ook nog de verhalen de ronde dat het spel meegenomen is uit Indië, door een zeeman. En ook, dat het uitgevonden is door een Westkappelaar met de naam Jan Slabber. Wie zal het zeggen? Hij heeft overigens wel echt bestaan, deze man.


Wat ik overigens wel ga doen vanavond, is een nieuw zakje naaien voor mijn spel. Het zakje waar het nu in zit, is een oud gymschoenenzakje van de oudste… Ik maak een zakje van schortenstof, want daar heb ik inmiddels wat restjes van liggen. En passender kan niet, toch?

En morgen? Dan meer over oliebollen, appelflappen en ‘smouters’, een typisch Walcherse lekkernij! 

1 opmerking:

  1. Grappig, bij ons moet je bij "kap af" een muntje betalen en bij de herberg "herberg voorbij" met de volgende speler ruilen. Zo staat het in onze spelregels ooit gekocht bij de speelgoedwinkel in de Langeviele in Middelburg.
    Maar het blijft een leuk spel, bij ons ook favoriet.

    BeantwoordenVerwijderen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...